Cotswolds

Reizen naar ’Peaky blinders’-locaties

Het lijkt een scène uit de populaire Netflix-serie Peaky blinders. Een onberispelijk geklede man – donkergroene ribbroek, gilet, pochet, een zogeheten flat cap op zijn hoofd, hoge leren laarzen met daarboven uitpiepende kniekousen. Voor hem dribbelt een beagle-hond. In dit hellende straatje in Chipping Campden, met aan weerskanten de typisch kameelkleurige zandstenen arbeidershuisjes, lijkt de tijd te hebben stilgestaan. Helemaal met de St. James Church aan het einde van de oude klinkerweg.

Tijdens een vier dagen durende trip rijden we rond in dit historische landschap waarbij de gehuurde auto eigenlijk niet past; een paard en wagen had beter gepast. Maar de Cotswolds bevinden zich in Engeland en dus zijn we blij met de verwarming en het dak; het miezert en er staat een koude wind. Bovendien is de vierwieler gewoon nodig. De Cotswolds zijn een verzamelnaam voor een gebied dat zo’n 2000 vierkante kilometer beslaat en tientallen dorpjes telt.

De wolds staan voor de glooiende heuvels van de graafschappen Gloucestershire, Oxfordshire, Warwickshire, Wiltshire en Worcestershire. Cots refereert aan de verblijven van de schapen, zo laten we ons vertellen. Op die glooiende heuvels dartelen namelijk duizenden schapen en veel van de dorpen zijn rijk geworden dankzij hun wollen vacht. De Britse overheid erkent deze regio als een zogeheten Area of Outstanding Natural Beauty, een speciale status. Het is er inderdaad bijzonder mooi.

Markthal
De dorpjes zijn stuk voor stuk schilderachtig, openluchtmusea bijna. Het is een cliché, maar het verleden herleeft hier écht. Zo zie je het voor je hoe in de goedbewaarde markthal uit 1627 in Chipping Campden de kooplui hun boter, kaas en kippen verhandelden. Als het niet zo mistig was geweest, konden we ons met een beetje fantasie voorstellen waarom het uitzicht vanaf de Broadway Toren in het gelijknamige dorpje de Britse kunstenaar en geestelijk vader van de arts-and-craftsbeweging William Morris zo inspireerde.

Deze regio brengt creatievelingen voort of trekt hen aan. Ze werden er geboren, zoals William Shakespeare (1564-1616) in Stratford-upon-Avon. Ze kwamen er graag, zoals schrijfster en illustrator Beatrix Potter (1866-1943), geestelijk moeder van Peter Rabbit. Ze vestigden zich er, zoals schrijfster Jane Austen (1775-1817) in Bath, een van de grotere plaatsen in deze streek. Recent diende de Gloucester Cathedral als een van de locaties voor de Harry Potter-films.

Bekende Britten hebben er optrekjes: presentator Jeremy Clarkson (vlakbij Chipping Norton), topmodel Kate Moss (in Little Farringdon), modeontwerpster Stella McCartney (vlakbij Pershore), actrice Kate Winslet (in Westcote) en David en Victoria Beckham (in Great Tew). Al doet de term ’optrekjes’ geen eer aan de grootte van de landhuizen. Hier woonden (en wonen) immers de mensen van adel en meestal was er geld genoeg.

Anno maart 2018 zijn die gigantische landhuizen weliswaar een trotse herinnering aan het verleden, maar vooral een blok aan het been. Dat blijkt tijdens een bezoek aan Chavenage House. Visueel is er sinds 1576 weinig veranderd aan het pand dat uit 1383 stamt. Caroline Lowsley-Williams, de markante bewoonster en dochter van eigenaar David Lowsley-Williams, leidt ons rond en heeft de mooiste anekdotes. Zo verschansten ’de Amerikanen’ zich hier ter voorbereiding op D-Day in 1944. In de Eerste Wereldoorlog diende de achtertuin, met velden zover je kunt kijken, als landingsbaan voor militaire vliegtuigen.

Filmopnames
De toekomst ziet er echter niet rooskleurig uit. Geld voor onderhoud ontbreekt. Het dak moet gedaan, er is geen centrale verwarming… Verkopen kan, maar dan verdwijnt het bezit na bijna 120 jaar uit de familie. Inkomsten komen er nu uit rondleidingen, bruiloften en filmopnames; foto’s van onder anderen Jamie Dornan in New worlds dienen als bewijs.

Dit dilemma geldt voor veel adellijke families van landhuizen waarvoor verval dreigt of, nog erger: sloop. Tegelijkertijd verklaart het waarom zoveel rijke bekendheden er een huis hebben: op een uur rijden vanaf Londen vinden zij rust in een mooi gebied in de prachtigste historische huizen waarvan de jongste aristocratentak af wil.

De toeristen profiteren overigens ook, want een aantal landhuizen doet dienst als hotels. Zo verblijven we zeer prettig in het 19e-eeuwse landhuis Cowley Manor dat modern is ingericht zonder de oude details te overvleugelen. Wat opvalt, niet alleen in dit verblijf, maar praktisch overal in de regio, is de hoogstaande service. Op zich niet vreemd, het gebied is met haar beter bedeelde inwoners van oudsher nu eenmaal gewend aan hoge kwaliteit in eten, in voorkomen, nou ja, in alles in het leven.

Dicht bij het koninklijk huis kun je ook komen: de tuinen van prins Charles zijn opengesteld voor publiek. Highgrove Gardens horen bij zijn gelijknamige buitenverblijf waar hij in de zomer zeker een maand verblijft, al dan niet met kinderen en kleinkinderen.

De beveiliging is vanzelfsprekend streng; camera’s en mobiele telefoons mogen niet worden gebruikt. De ruim twee uur durende rondleiding voert langs onder meer het houten speelhuisje van Harry en William, nu weleens gebruikt door de kleine George.

De perfecte en in thema aangelegde tuinen doen ook dienst als magazijn voor diverse geschenken van regeringshoofden. Of Charles de levensgrote, 800 jaar oude olijfoliekruiken van de Spaanse koning of de vele bustes van zichzelf (verzameld onder de noemer ego-garden) daadwerkelijk mooi vindt is een tweede, maar het maakt Highgrove Gardens tot een interessante verzameling. Elf tuinmannen heeft Charles in dienst, maar hij stopt ook gerust zelf wat van de 70.000 van zanger Sting verkregen bloembollen in de grond. Tuinieren is zijn grote passie, zo horen de 40.000 jaarlijkse bezoekers altijd van de onderhoudende gidsen.

In de Cotswolds voel je je de koning te rijk. De verblijven, de normen en waarden, de uitzichten, de landschappen: alles is er groots, majestueus, prachtig. Nu alleen het weer nog.

Bron: Telegraaf.nl